Ga naar hoofdinhoud

Verstrekken

Projecties bestaan om te worden verstrekt. Een verstrekking is het moment waarop beweringen het register verlaten en anderen erop kunnen gaan handelen. Dit onderdeel beschrijft in welke vormen het register verstrekt, en hoe het later kan verantwoorden wat het heeft verstrekt.

In De 'datalaag' van de overheid staat waarom gevolg en verstrekking vanuit verantwoordingsperspectief even zwaar wegen: het gevolg als kern van wat bedoeld werd, de verstrekking als dat waarop anderen hebben gehandeld.

Verstrekking​

Een verstrekking is een geheel van projectie-elementen dat het register in een bepaalde vorm uitgeeft. Het model onderscheidt twee soorten. Een notificatiebericht geeft het register op eigen initiatief uit, terwijl een antwoordbericht op aanvraag van een afnemer wordt geleverd. De bijbehorende functies zijn Melden en Bevraging beantwoorden.

Een verstrekking bevat altijd projectie-elementen, nooit gevolgen. Wat een afnemer ontvangt, is dus altijd afgeleid en op zijn informatiebehoefte toegesneden. Welke afnemer welke projectie-elementen voor welk doel mag ontvangen, vraagt om een grondslag voor de bevraging en de verstrekking die erop volgt; die kan bijvoorbeeld worden vastgelegd volgens de standaard Logboek Dataverwerkingen. Of daarnaast elk projectie-element een eigen legitimering heeft, is nog een open vraag.

Melden​

Melden is verstrekken op initiatief van het register. Melden gebeurt altijd op basis van een gebeurenprojectie: een notificatie gaat over iets dat is gebeurd, en heeft daarvoor het gebeurtenisachtige karakter van een occurrent nodig.

De capability Betekenisvol notificeren houdt in dat het register notificaties kan leveren die informatie omvatten over de aanleiding voor en de betekenis van de beweringen waarover wordt genotificeerd. Een afnemer die een notificatie ontvangt, moet kunnen bepalen of zijn eigen taken het nodig maken daarop te handelen, zonder het register daarvoor opnieuw te hoeven bevragen. Hoe het register die betekenis meegeeft, staat in het hoofdstuk Betekenis.

Omdat een onttrekking in een gebeurenprojectie een eigen element is, kan het register een afnemer ook laten weten dat het een eerder geleverde bewering niet meer onderschrijft. Dat geldt ook voor twijfel: een betwijfeling is een gebeuren waarover kan worden genotificeerd. Zie voor een privacybeschermend voorbeeld de adoptiecasus in de BRP-voorbeelden.

Bevraging beantwoorden​

Bevraging beantwoorden is verstrekken op aanvraag van een afnemer. Het antwoordbericht wordt samengesteld uit een projectie die past bij de vraag: een toestandsprojectie voor wie wil weten wat op enig moment gold, een gebeurenprojectie voor wie het verloop wil kennen.

Bevraging beantwoorden draagt de capability Historisch inzicht: het vermogen historische beweringen te leveren, zowel naar domeintijd als naar systeemtijd. Beide zijn nodig, de eerste om te leveren wat ooit gold, de tweede om te leveren wat het register ooit onderschreef. Zie de correcties voor BRP en WOZ, bijvoorbeeld het corrigeren van eigenaarschap in de WOZ, voor bitemporele bijhoudingen. De archetypen van projecties laten zien welke projectie welke historische vraag kan beantwoorden.

Verstrekkersreferentie​

Elke verstrekking bevat een verstrekkersreferentie: een verwijzing naar die specifieke verstrekking, waarmee de inhoud daarvan kan worden geverifieerd of opnieuw kan worden ontvangen. Op de verstrekkersreferentie rusten twee capabilities.

Herleveren op aanvraag is het vermogen een eerder uitgegeven verstrekking met dezelfde inhoud in identieke vorm opnieuw te verstrekken. De bijbehorende functie is Historische verstrekking opnieuw verstrekken.

Attesteren is het vermogen een verklaring uit te geven die aantoont dat een verstrekking met een bepaalde inhoud door het register is gedaan. De functie Verifiëren controleert aan de hand van de verstrekkersreferentie of een bepaalde verstrekking door het register is gedaan, en produceert daarvan een leveringsattest.

De verstrekkersreferentie verbindt het register ook met wat er na de verstrekking gebeurt. Een afnemer die op basis van een verstrekking handelt, kan in de herkomst van zijn eigen gevolg naar die verstrekking verwijzen. Een afnemer die twijfelt aan een verstrekt projectie-element, kan in een terugmelding precies aanwijzen welk element hij bedoelt. Zo loopt de herkomstketen over de grens van het register heen.

De herhaalbare vraag​

Een belangrijke eis aan een betrouwbaar register is dat het, zoveel als mogelijk, de herhaalbare vraag kan beantwoorden. Een afnemer moet, nadat hij op tijdstip T1 een gegeven heeft opgevraagd, op tijdstip T2 nog steeds de vraag kunnen stellen wat dit gegeven op tijdstip T1 was. Een betrouwbaar register kan dit ook nadat:

  1. er nieuwe gevolgen zijn toegevoegd aan het gevolgenjournaal;
  2. een gegeven is hersteld doordat het geldigheidstijdvak is veranderd vanwege een onjuist gevolg;
  3. een softwarefout in de opvraging is hersteld waardoor de initiële opvraging fout was.

Criterium 1 en 2 introduceren bitemporaliteit in het register (zie Tijd). Criterium 3 vereist dat er mechanismen zijn die het mogelijk maken software aan te passen met behoud van de eerdere gegevensrepresentatie.

De herhaalbare vraag is wat Herleveren op aanvraag en Historisch inzicht mogelijk maakt. Hoe zwaar ze weegt, bepaalt in grote mate de keuze voor de opslag- en leveringsvorm van een projectie; zie de ontwerpafwegingen en de beslisboom bij Projecties.

Inherente beperkingen aan de herhaalbare vraag​

Elk register loopt tegen inherente beperkingen aan. Zowel geldigheids- als gevolgtijdstippen hebben te maken met eventual consistency: er zit altijd tijd tussen het begin van een registratie en het einde daarvan, en er zit altijd tijd tussen een opvraging en de zichtbaarheid van deze gegevens voor de afnemer. Dit betekent dat een afnemer altijd in potentie naar verouderde informatie kijkt. Zie ook eventual consistency als ontwerpoverweging.

Daarnaast heeft een register meestal niet de volledige controle over de verstrekking van informatie. Beweringen verlaten op een bepaald moment het register om elders te worden gepresenteerd – in een browser, een API-response, of een ander systeem dat het register niet kent.

Herhaalbaarheid van opvraging is dus hoogstens te behalen tot op het niveau van de gegevensrepresentatie net voordat deze het systeem verlaat. En ook die grens vervalt waar het register een bewering moet vernietigen: wat blijvend ontoegankelijk is gemaakt, kan niet opnieuw worden verstrekt.