Ga naar hoofdinhoud

Betwisten

Een register dat zijn verstrekkingen niet laat betwisten, kan fouten alleen zelf ontdekken. Dit onderdeel beschrijft hoe afnemers en andere betrokkenen het register kunnen laten weten dat een geleverd projectie-element vermoedelijk onjuist is, en hoe die terugmelding via onderzoek buiten het register tot een nieuw gevolg kan leiden.

Terugmelden​

Terugmelden is het proces waarbij een afnemer van gegevens aan de bronhouder meldt dat hij twijfelt aan de juistheid van verstrekte gegevens. De term is afkomstig uit het stelsel van basisregistraties. Binnen dat stelsel zijn overheidsorganisaties verplicht twijfel over de juistheid van gegevens aan de bronhouder te melden. Functioneel is het principe breder toepasbaar: overal waar gegevens worden gedeeld tussen een beheerder en afnemers, kan terugmelden als mechanisme dienen om de kwaliteit van die gegevens gezamenlijk te bewaken.

Een terugmelding is een melding waarmee de juistheid van een geleverd projectie-element wordt betwist. Het register biedt een voorziening waarmee een melder een projectie-element kan aanwijzen en kan beschrijven wat er niet klopt. Het resulterende bericht is de terugmelding. De functie Terugmelding ontvangen leest de terugmelding en het projectie-element waar die over gaat. Zij draagt de capability Terugmelden: het vermogen meldingen te ontvangen dat een geleverd projectie-element vermoedelijk onjuist is.

Terugmelden gebeurt altijd op een projectie-element, en dus niet rechtstreeks op een gevolg in het gevolgenjournaal. De melder kent alleen wat hem is verstrekt. Of de fout in een gevolg zit of in het projecteren, blijkt pas uit onderzoek.

Inhoud van een terugmelding​

Omdat projecties over uiteenlopende samenstellingen van gegevens kunnen gaan en de aard van geconstateerde onjuistheden sterk kan verschillen, kan een terugmelding vele vormen aannemen. Daarbij past geen beperkend 'terugmeldformulier', maar vormvrijheid en ruimte voor toelichting in vrije tekst. Als een bronhouder regelmatig terugmeldingen van dezelfde strekking ontvangt, kan hij overwegen daarvoor een specifieke, meer gestructureerde interface aan te bieden. Dit verlaagt de drempel voor de terugmelder en maakt de verwerking aan de kant van de bronhouder efficiënter.

Een terugmelding bevat in ieder geval:

  • Een verwijzing naar het betwiste projectie-element. De terugmelder geeft aan op welk projectie-element of welk onderdeel daarvan de terugmelding betrekking heeft. Hoe die verwijzing eruitziet, hangt af van hoe projectie-elementen identificeerbaar zijn gemaakt. De verstrekkersreferentie maakt het mogelijk precies die verstrekking aan te wijzen waarop de melder zich baseert.
  • Een toelichting. De terugmelder beschrijft in vrije tekst wat hij als onjuist beschouwt en waarom. Dit biedt de bronhouder de context die nodig is om het onderzoek gericht te kunnen starten.
  • Contactgegevens van de terugmelder. Zo kan de bronhouder, als het onderzoek daarom vraagt, contact opnemen voor nadere toelichting of terugkoppeling.

Onderzoek buiten het register​

Na een terugmelding moet de bronhouder beoordelen of de gemelde twijfel gegrond is. Daartoe onderzoekt hij of het betreffende projectie-element inderdaad onjuist is, en zo ja, of die onjuistheid te herleiden is naar één of meer onjuist vastgelegde gevolgen – en mogelijk andere daarvan afgeleide projecties.

Triage en onderzoek vinden buiten het register plaats, bijvoorbeeld in een zaaksysteem of ander procesondersteunend systeem, en worden daar ook verantwoord. Dat volgt uit het onderscheid tussen proces en resultaat: het register legt resultaten vast, geen processen. Het onderzoek zelf leidt dus niet tot nieuwe gevolgen of nieuwe projectie-elementen.

Van onderzoek terug naar het register​

Wat het onderzoek oplevert, komt als externe bevinding het register weer binnen. Overzetten zet die om naar een commando en Optekenen produceert op basis daarvan nieuwe gevolgen. Daarvoor zijn twee momenten van belang.

Tijdens het onderzoek. Een terugmelding en de eerste beoordeling daarvan kunnen aanleiding zijn om aan de juistheid van één of meer beweringen te twijfelen. Met Betwijfelen maakt het register die twijfel bekend, zodat ook andere afnemers weten dat over de juistheid onzekerheid bestaat. De betwijfeling kan in eerste instantie gaan over het projectie-element waarop is teruggemeld, en later, wanneer het onderzoek de oorzaak aanwijst, over het gevolg waaruit het is afgeleid. Hoe twijfel zich daarna door het register verspreidt, staat in het hoofdstuk Zekerheid.

Na het onderzoek. Het eindresultaat leidt tot een gevolg, opgebouwd uit gevolgdelen die onjuist bevonden beweringen onttrekken, twijfel over bestaande beweringen opheffen en/of nieuwe primaire beweringen over een entiteit beschrijven. Dat is een correctie. Blijkt het gegeven juist, dan volstaat een betwijfelingsopheffing. Zat de fout uitsluitend in het projecteren, dan volgt herstel aan de projectiekant. Het onderzoeksdossier geldt voor het nieuwe gevolg als bron.

Zie de terugmeldingsvoorbeelden in de casus WOZ, en twijfel en herstel voor het volledige pad van terugmelding tot correctie.

Open vragen​

  • Terugmelden is binnen het stelsel van basisregistraties een voorwaarde voor afwijken van gegevens in de bron. Zouden terugmeldende afnemers dan voor eigen gebruik en hangende een onderzoek hun eigen, vermoedelijk juistere 'alternatieve' gegevens in het register moeten kunnen zetten?
  • Hoe wijzen we gegevens waarover we terugmelden voor de bronhouder (historisch) onderscheidbaar aan?