Registermodel
In het kort
De hoofdlijn van het model is te lezen van links naar rechts. Een uit een externe bevinding vertaald of rechtstreeks aangeboden commando komt de bounded context van het register binnen. De functie Optekenen produceert op basis van het commando één of meerdere gevolgen, opgebouwd uit gevolgdelen, met herkomst en tijd, en voegt die toe aan het gevolgenjournaal. De functie Projecteren leidt uit dat journaal projecties af, elk met een eigen bereik en vorm. Deze projecties zijn de bron voor verstrekkingen aan afnemers, met referenties die verificatie en herlevering mogelijk maken. Wie vermoedt dat een geleverd projectie-element onjuist is, kan een terugmelding indienen. En als beweringen niet langer beschikbaar mogen zijn, worden ze Blijvend ontoegankelijk gemaakt.
Opbouw van het model
Het model bestaat uit onderdelen die elk een samenhangend deel van de functionaliteit van een register beschrijven. Elk onderdeel heeft een eigen hoofdstuk:
- Bounded contextmodel – wat het register kan opnemen, in welke taal, en hoe dat doorwerkt in wat het levert.
- Commando's – hoe wat van buiten binnenkomt wordt omgezet in een commando in de taal van het register.
- Gevolgen – hoe het register op basis van commando's gevolgen optekent in het gevolgenjournaal, en hoe het corrigeert, twijfelt en onttrekt.
- Projecties – hoe uit het gevolgenjournaal projecties worden afgeleid die aansluiten bij de informatiebehoefte van afnemers.
- Verstrekken – hoe het register projectie-elementen verstrekt, en die verstrekkingen later kan herleveren en attesteren.
- Betwisten – hoe afnemers kunnen terugmelden dat een geleverd projectie-element vermoedelijk onjuist is.
- Vernietigen – hoe het register beweringen blijvend ontoegankelijk maakt.
Daarnaast bevat het model een aantal begrippen die alle onderdelen ondersteunen: de bewering en wat daarbij hoort. Die beschrijven we hieronder.
Bewering als bouwsteen
Een register bevat beweringen. Zo'n bewering is een eenheid van gegevens die op basis van herkomst en tijd als geheel wordt beschouwd en waarvan de juistheid als geheel staat of valt. Een bewering valt dus niet uiteen in delen waarvan de juistheid afzonderlijk zou kunnen worden beoordeeld. Wat samen wordt vastgelegd, wordt samen betwist en samen onttrokken.
Een gegeven is het kleinste betekenisdragende onderdeel van een bewering. Losse gegevens komen in het register niet voor; een gegeven bestaat alleen binnen een bewering en ontleent daaraan zijn herkomst en zijn plaats in de tijd.
Het register kent twee soorten beweringen: gevolgen, die het register als primair feit optekent, en projectie-elementen, die daarvan zijn afgeleid.
Entiteit
Het register beschrijft dingen: personen, gebouwen, huwelijken, voertuigen. In het model heten die entiteit. Het register houdt die entiteiten zelf niet bij – in plaats daarvan omvat het beweringen over entiteiten. Omdat de entiteit in de bounded context die het register ondersteunt een centrale rol speelt, maar in het register niet bestaat, wordt die in het model als bedrijfsobject gerepresenteerd.
Om beweringen over een entiteit met elkaar te verbinden, is identiteit nodig. Die verleent het register met een identiteitsverlenend gevolgdeel (zie Identiteit). Welke soorten entiteiten er zijn en hoe ze worden geïdentificeerd, legt het entiteittype vast.
Herkomst en tijd
Elke bewering kent herkomst en tijd. Dat geldt voor gevolgen en voor projectie-elementen.
Herkomst is de verantwoording van de totstandkoming van een bewering: welke bron eraan ten grondslag ligt, wie als verantwoordelijke voor de productie instaat, welke legitimering is toegepast en welke werkwijze is gevolgd. Waar de bron in een document is vastgelegd, verwijst het model daarnaar.
Tijd plaatst een bewering in de tijd en valt uiteen in twee soorten. De domeintijd is het punt of de periode die onlosmakelijk hoort bij wat een bewering beschrijft. De systeemtijd is het punt dat het register bij het vastleggen toevoegt. Aan de domeintijdkant kunnen meerdere tijdsdimensies bestaan; er is één systeemtijddimensie. Omdat gevolgen en projectie-elementen elk een eigen systeemtijd hebben, komt die dimensie op twee plekken terug: aan de journaalkant als gevolgtijdstip en aan de projectiekant als projectietijdstip. Beide liggen op dezelfde as.
Betrouwbaarheidsaspecten
Herkomst en tijd zijn eigenschappen van elke afzonderlijke bewering, maar hun waarde blijkt pas als je ze door het hele register volgt: van externe bevinding via gevolg en projectie-element tot verstrekking, en van daar naar het volgende register in de keten. Hetzelfde geldt voor de zekerheid waarmee het register een bewering onderschrijft en voor de betekenis die het eraan geeft. Deze vier betrouwbaarheidsaspecten staan dwars op de onderdelen van het model en hebben elk een eigen hoofdstuk:
- Herkomst – de herkomstkenmerken en de herkomstketen, van gevolg naar voortgaand gevolg en van verstrekking terug naar bron.
- Tijd – domeintijd en systeemtijd, en hoe tijdstippen van gevolg naar projectie-element en verstrekking doorwerken.
- Zekerheid – hoe twijfel het register binnenkomt, zich verspreidt en bij afnemers zichtbaar wordt.
- Betekenis – hoe betekenis wordt vastgelegd en behouden op elke plek waar een bewering van vorm verandert.