Ga naar hoofdinhoud

Zekerheid

Met zekerheid bedoelen we de mate waarin een bewering als feitelijk juist wordt beschouwd. Zekerheid is om twee redenen geen eenvoudig begrip. Ten eerste is het gradueel: een bewering kan geverifieerd en onbetwist zijn, maar ook onbevestigd, in onderzoek of actief betwist. Ten tweede is zekerheid niet altijd gedeeld: verschillende partijen kunnen op hetzelfde moment een verschillend oordeel hebben over de juistheid van dezelfde bewering.

Dit hoofdstuk beschrijft hoe het register met zekerheid omgaat, en volgt twijfel door het register: van terugmelding via gevolg en projectie naar de afnemer.

Waarom zekerheid ertoe doet​

Onzekerheid werkt diep door in ketens of netwerken. Als een bedrijfsregel bij het afleiden van een resultaat steunt op een gegeven waaraan getwijfeld wordt, is ook dat resultaat onzeker. Als datzelfde resultaat door andere partijen in de keten weer wordt gebruikt als basis voor eigen handelingen, kunnen weer nieuwe op onjuiste gronden gefundeerde resultaten ontstaan, enzovoorts.

Een register dat twijfel niet kenbaar maakt, laat afnemers op gegevens handelen alsof die zeker zijn. Een register dat twijfel wel kenbaar maakt, geeft afnemers de kans zelf te bepalen hoe ze daarmee omgaan, ook als het onderzoek nog loopt.

Twijfel in het register​

Het register legt twijfel vast als handeling, niet als eigenschap die wordt overschreven. Een betwijfeling is een beweringsgericht gevolgdeel dat de juistheid van een bewering in twijfel trekt; een betwijfelingsopheffing neemt die twijfel weer weg. Beide maken deel uit van een gevolg en staan dus in het gevolgenjournaal, met herkomst en tijd. De functies Betwijfelen en Betwijfeling opheffen dragen samen de capability Twijfelen.

Daardoor is de zekerheid van een bewering op elk moment te reconstrueren: wie wil weten of het register op een bepaald moment aan een bewering twijfelde, kijkt welke betwijfelingen en opheffingen op dat moment waren vastgelegd.

Twijfel is geen onttrekking​

Een betwijfeling en een onttrekking zijn allebei beweringsgerichte gevolgdelen, maar ze zeggen iets anders:

  • Een betwijfeling zegt: het register onderschrijft deze bewering nog, maar acht haar juistheid niet zeker. Een betwijfeld gegeven wordt nog steeds geleverd, met een kenbare aanduiding van de twijfel.
  • Een onttrekking zegt: het register onderschrijft deze bewering niet langer. In projecties die alleen bevatten wat het register nu onderschrijft, komt zij niet meer voor.

Twijfel is daarmee vaak een tussenstap. Een onderzoek begint met een betwijfeling en eindigt met een opheffing (de bewering bleek juist) of een correctie die de bewering onttrekt (de bewering bleek onjuist).

Twijfel door het register heen​

  1. Terugmelding. Twijfel komt het register meestal binnen via een terugmelding op een verstrekt projectie-element. De terugmelding zelf verandert de zekerheid nog niet; dat doet pas de beoordeling ervan.
  2. Betwijfeling van een projectie-element. Een betwijfeling gaat over een bewering, en dat kan een projectie-element zijn. In eerste instantie kan de twijfel worden aangebracht op het projectie-element waarop is teruggemeld.
  3. Betwijfeling van een gevolg. Lopende het onderzoek kan blijken dat de twijfel eigenlijk het gevolg betreft waaruit het element is afgeleid. Dan kan de betwijfeling naar het gevolg worden verplaatst: een opheffing voor het projectie-element en een betwijfeling van het gevolg.
  4. Doorwerking in projecties. Een betwijfeling van een gevolg raakt alle projecties waarin dat gevolg doorwerkt. Projecteren maakt de twijfel daarin zichtbaar, als eigen projectie-element in de reeks van de betrokken entiteit.
  5. Verstrekking. Afnemers zien de twijfel bij bevraging en kunnen er via een notificatie over worden geïnformeerd, ook als ze zelf niet hebben teruggemeld.

Een betwijfeling kan ook de basis vormen voor een correctie: wat het register eerst betwijfelde, kan na onderzoek worden onttrokken en vervangen.

Zekerheid voor afnemers​

Zekerheidsaanduidingen zijn in de eerste plaats relevant voor afnemers. Zekerheid moet daarom zichtbaar zijn in projecties.

Omdat onzekerheid diep kan doorwerken in ketens, is het niet altijd voldoende alleen de zekerheid van een projectie als geheel aan te geven. Een daartoe geautoriseerde afnemer moet ook kunnen zien welk onderliggend gevolg de bron van twijfel is, zodat hij kan beoordelen in hoeverre zijn eigen verwerking daarop steunt en hoe hij daarmee wil omgaan. Hier raken zekerheid en herkomst elkaar: de herkomstketen wijst aan welke gevolgen en verstrekkingen op een betwijfelde bewering steunen.

Afhankelijk van de situatie kan een afnemer er bijvoorbeeld voor kiezen een bedrijfsregel situationeel buiten werking te stellen, onzekerheid door te geven aan zijn eigen afnemers, of processen die op de gegevens steunen expliciet te laten waarschuwen wanneer zij onzekere gegevens tegenkomen.

Twijfel aan gevolgen​

Of twijfel over de feitelijke juistheid van een gevolg mogelijk of zinvol is, hangt af van de manier waarop het gevolg is geformuleerd:

  • Bij feitelijke formulering beschrijft het gevolg iets wat buiten de context van het register is gebeurd. Dat gebeuren kan feitelijk waar, maar ook feitelijk onwaar blijken te zijn. Als we gevolgen feitelijk modelleren, is het dus nodig om aan de juistheid van een gevolg te kunnen twijfelen.
  • Bij administratieve formulering gaat het gevolg over iets dat door het optekenen van het gevolg zelf waar wordt: de geboorteregistratie ontstaat door het optekenen van het bijbehorende gevolg. De feitelijke juistheid ontstaat hier door het optekenen zelf, en het lijkt niet zinvol om aan de juistheid van zo'n gevolg te twijfelen.

Voor zover twijfel mogelijk en zinvol is, maakt het register het mogelijk die in het gevolgenjournaal vast te leggen.

Voorbeelden​

De casus WOZ werkt het volledige pad uit, van terugmelding via start betwijfelen tot betwijfelen afronden, en twijfel en herstel voor de combinatie met correctie.