Betrouwbaarheidsaspecten
Het conceptueel registermodel beschrijft per onderdeel wat een register doet: commando's ontvangen, gevolgen optekenen, projecties afleiden, verstrekken, betwisten en vernietigen. Of een register daarmee ook betrouwbaar is, blijkt pas als je een kwaliteit door al die onderdelen heen volgt. Dat doen de hoofdstukken in dit deel. Ze staan dwars op de onderdelen van het model en volgen elk één aspect van externe bevinding via gevolg en projectie-element tot verstrekking, en van daar naar het volgende register in de keten.
De vier aspecten sluiten aan bij de behoeften uit Aanleiding en doel: wie overheidsinformatie gebruikt, wil weten waar die vandaan komt, hoe die door de tijd is veranderd en hoe zeker die is. Daar voegen we betekenis aan toe: een gegeven is pas bruikbaar als duidelijk is wat ermee wordt beweerd.
In het kort
Herkomst is de verantwoording van de totstandkoming van een bewering: de bron waarop die rust, de verantwoordelijke die ervoor instaat, de legitimering en de werkwijze. Elke bewering legt één stap terug vast; achter elkaar gezet vormen die stappen een herkomstketen, van gevolg naar voortgaand gevolg in een volgende context.
Tijd valt uiteen in domeintijd, bepaald door wat een bewering beschrijft, en systeemtijd, bepaald door het register dat haar vastlegt. Domeintijd heeft voor toestanden de vorm van geldigheid en voor gebeurens de vorm van voltrekking. Wie beide samen bijhoudt, kan zowel vragen wat er gold als wat het register op een bepaald moment onderschreef.
Zekerheid is de mate waarin een bewering als feitelijk juist wordt beschouwd. Het register legt twijfel vast als handeling, met een betwijfeling of een betwijfelingsopheffing, zodat die twijfel zichtbaar wordt in projecties en bij afnemers, ook als het onderzoek nog loopt.
Betekenis is de uitleg van wat een beweringssoort inhoudt. Een bewering verandert onderweg een aantal keer van vorm: van externe bevinding naar commando, gevolg, projectie-element en verstrekking. Op elk van die overgangen moet de betekenis behouden blijven en navolgbaar zijn.
De aspecten door het register heen
| Aspect | Bij het gevolg | Bij het projectie-element | Bij de verstrekking |
|---|---|---|---|
| Herkomst | Bron is de externe bevinding; werkwijze omvat de vormingsspecificatie | Bron is het gevolg; werkwijze is de projectiespecificatie | De verstrekkersreferentie maakt herleidbaar wat is verstrekt, en is de bron voor het gevolg van de afnemer |
| Tijd | Gebeurd-op-tijdstip en gevolgtijdstip | Geldigheid of voltrekking, en projectietijdstip | Het projectietijdstip kan worden meegeleverd; de herhaalbare vraag moet beantwoordbaar blijven |
| Zekerheid | Betwijfeling en betwijfelingsopheffing in het gevolgenjournaal | Twijfel als eigen element in de reeks | Twijfel zichtbaar bij bevraging en via notificaties |
| Betekenis | De intentie van het gevolg, uitgedrukt in het gevolgtype | Hertaald naar het perspectief van de afnemer | Betekenisvol notificeren, eventueel in de taal van de afnemer |
Eén punt staat nog open: of een projectie-element een eigen legitimering heeft, of dat legitimering alleen bij gevolgen hoort. Zie de open vraag bij Herkomst.
Hoofdstukken
- Herkomst – de herkomstkenmerken en de herkomstketen, van gevolg naar voortgaand gevolg en van verstrekking terug naar bron.
- Tijd – domeintijd en systeemtijd, en hoe tijdstippen van gevolg naar projectie-element en verstrekking doorwerken.
- Zekerheid – hoe twijfel het register binnenkomt, zich verspreidt en bij afnemers zichtbaar wordt.
- Betekenis – hoe betekenis wordt vastgelegd en behouden op elke plek waar een bewering van vorm verandert.